Blog

De onbegrijpelijke droom en de compensatie theorie

door | nov 12, 2015

De vorige column handelde over het Jungiaanse begrip, ‘de initiale droom’. Vaak, maar lang niet altijd, is deze droom verbazend doorzichtig vindt Jung. Maar dat blijft niet zo. Jung zegt er het volgende over, ‘ Als het analytische werk vordert verliezen de dromen al snel hun duidelijke karakter. Wanneer ze dat wel behouden, dan kunnen we er zeker van zijn dat de analyse nog niet tot een wezenlijk deel van de persoonlijkheid is doorgedrongen. In de regel worden dromen snel na het begin van de behandeling ondoorzichtiger en vager, waardoor hun interpretatie moeilijker wordt. Dat laatste komt ook doordat soms al snel het niveau wordt bereikt waarop de therapeut de situatie niet meer overziet.’( Jung, dromen, 2001, blz 101).

Hoe kunnen we nu zo goed mogelijk omgaan met de onbegrijpelijke droom? Het is in de eerste plaats van belang dat de therapeut zijn ‘niet begrijpen’ op tijd inziet. Daarnaast is het belangrijk dat de therapeut weet dat eenzijdig begrijpen zinloos is. Dus als de hij de droom wel begrijpt maar de cliënt niet, is het nutteloos om te proberen de cliënt te overtuigen. De cliënt zal zich, of niet laten overtuigen waarop de therapeut hem misschien zal verwijten weerstanden te hebben, of hij zal zich wel laten overtuigen maar in dat geval is alleen maar zijn intellect overtuigd. Terwijl het veel beter is als de cliënt rustig naar een nieuwe waarheid toe kan groeien zodat zijn gevoel bereikt wordt, iets wat veel dieper gaat en een sterker effect heeft.

Tenslotte, wanneer de eenzijdige interpretatie van de therapeut alleen maar gebaseerd is op een theorie of een mening dan wordt de cliënt overtuigd door suggestie . Wie suggestie wil vermijden moet iedere droominterpretatie als ongeldig beschouwen totdat de formulering is gevonden waarmee de cliënt het eens is.

Bij een ondoorzichtige droom gaat het in de eerste plaats niet om het begrijpen en interpreteren, maar om het zorgvuldig opstellen van de context. Met vrij associëren kom je niet bij de betekenis van de droom uit maar bij de complexen. Vrij associëren is dóór associëren op één motief. De cliënt droomt bijvoorbeeld over een draak. De eerste associatie kan dan zijn, ‘een groot beest dat vuur spuwt.’ Nu kan de therapeut om een associatie vragen die de cliënt heeft bij een ‘groot beest dat vuur spuwt’, de cliënt zegt: ‘mensen die opgegeten worden’, de therapeut vraagt welke associatie hij daarbij heeft. De cliënt zegt: ‘kannibalen’, en zo voort. Cliënt en therapeut zijn intussen ver van het droombeeld dat over een draak ging verwijderd geraakt. Jung keurt deze werkwijze af omdat op deze manier altijd een van de centrale problemen (complexen) van de cliënt gevonden wordt. Maar om daar te komen is helemaal geen droom nodig. Je kan dat op vele manieren bereiken, door bijvoorbeeld vrij te associëren op inktvlekken, tarotkaarten, de vertrektijden van de Russische trein en ga zo maar door.

Om de betekenis van een droom te begrijpen moeten we juist zo dicht mogelijk bij de droombeelden blijven. Dus wanneer iemand bijvoorbeeld droomt over een grenen kast, is het niet voldoende wanneer hij daarmee de kast in zijn eigen huiskamer associeert, alleen al omdat die niet van grenen is. De droom heeft blijkbaar uitdrukkelijk een grenen kast op het oog. Als de dromer op dit punt niets meer weet, dan geeft dat te denken, want een grenen kast is een gewoon meubelstuk waar iemand natuurlijk meerdere associaties bij heeft. Blijkbaar is er een blokkade die aanduidt dat er in nabijheid van dit droombeeld, iets is wat bewust zou moeten zijn, maar dat niet is. In dit geval keert de therapeut weer naar het beeld terug en vraagt aan de cliënt: ‘Neem nu eens aan dat ik helemaal niet weet wat de woorden ‘grenen kast’ betekenen, probeer nu eens een omschrijving van dit voorwerp en van zijn geschiedenis te geven zodat ik wel moet begrijpen wat voor ding dat is.’ Pas als op deze manier de hele context van de droom vastgesteld is kan men zich aan een interpretatie wagen.

Het blijft echter erg moeilijk een geïsoleerde en ondoorzichtige droom te interpreteren; daarom werkte Jung liever met series dromen, waarbij de opeenvolgende dromen de vergissingen in de interpretatie van de voorafgaande droom compenseren.

Een andere manier om licht te werpen op de onbegrijpelijke droom, is de ’compensatietheorie’ van Jung. Het is altijd belangrijk om tijdens de droominterpretatie de vraag te stellen: ‘welke bewuste instelling wordt door de droom gecompenseerd?’ Dus wat toont de droom waar de dromer zich niet bewust van is. Of welke mening of welk gevoel heeft de dromer over een zaak tijdens de droom waar hij in het waakleven een heel ander gevoel over heeft. Hiermee wordt de droom in een nauwe relatie met de bewustzijnssituatie gebracht. Jung is van mening dat dat een droom zonder kennis van de bewuste situatie beslist niet met zekerheid geduid kan worden. De droom is geen geïsoleerde van het waakleven gescheiden gebeurtenis.

Als voorbeeld van een droom waarbij de compensatietheorie gebruikt wordt, beschrijf ik nu een droom van een jongeman die bij Jung in behandeling was.

‘Mijn vader rijdt in zijn nieuwe auto van huis weg. Hij rijdt erg onhandig en ik wind me op over zijn slechte rijstijl . Vader rijdt kris kras heen en weer en achteruit, waardoor hij de auto in een gevaarlijke situatie manoeuvreert. Uiteindelijk botst hij tegen muur op, waarbij de auto ernstig beschadigd wordt. Woedend roep ik hem toe dat hij zich normaal moet gedragen. Mijn vader lacht hierom, en ik zie dat hij stomdronken is.’

Jung kent de leefsituatie van deze jongeman en weet dat deze droom niet op de werkelijkheid gebaseerd is. De vader van de dromer zou zich, ook als hij dronken zou zijn, nooit zo gedragen. Hij is, in tegendeel, een zorgvuldige automobilist en wat alcohol betreft is hij matig, vooral wanneer hij moet rijden. Hij kan zich erg opwinden over onhandig rijden en kleine beschadigingen aan zijn auto. De relatie met de vader is positief. De zoon bewonderd hem omdat hij erg succesvol is.

Maar waarom schetst de droom dan zo’n negatief beeld van de vader? Wat kan deze droom voor de zoon betekenen? Is de relatie tussen de vader en de zoon slechts schijnbaar goed en wordt de werkelijke relatie tussen de vader en de zoon in de droom aangeduid? Daarvan is niets terug te vinden in het dagelijks leven van vader en zoon. Maar als de relatie met zijn vader inderdaad goed is, waarom moet de droom dan dat kunstmatige en onwaarschijnlijke verhaal verzinnen om de vader in diskrediet te brengen? Er moet in het onbewuste van de dromer een neiging bestaan om zo’n droom te produceren. Komt dat omdat hij toch weerstanden heeft tegen de vader, misschien uit jaloezie of andere minderwaardige motieven? In plaats van te vragen, waarom hij deze droom heeft, vraagt Jung zich af waartoe hij deze droom heeft. Jung houdt zich hier dus niet bezig met de causale benadering, die naar het waarom vraagt, zoals Freud doet. Maar hij vraagt zich af waartoe de droom dient, wat is het doel van de droom? Dit is de finale benadering. Het onbewuste van de jongeman wil klaarblijkelijk de vader naar beneden halen. Jung beschouwd dit gegeven als een compensatorisch feit en komt tot de conclusie dat zijn relatie van vader en zoon niet alleen goed is, maar zelfs té goed. De jongeman is een ‘vaderszoontje’. Zijn vader is nog teveel de basiszekerheid in zijn leven. De dromer leeft te veel ‘door’ zijn vader en ziet zijn eigen werkelijkheid nog niet. Als compensatorisch beeld toont de droom de ‘omgekeerde wereld’ waarin de vader en de relatie tussen vader en zoon té slecht zijn.

Deze laatste interpretatie slaat aan, ze krijgt de spontane bijval van de dromer. Dit is van het allergrootste belang voor de assimilatie van droominhouden. Dus voor het verbinden van onbewuste inhouden met het bewuste ego. Als de therapeut de blunder maakt vast te houden aan het idee dat de relatie vader en zoon in werkelijkheid helemaal niet goed is, dan had de droom nooit geassimileerd kunnen worden aan het bewuste leven van de dromer. Dan waren de ervaringen in het waakleven van de zoon weggezet als een leugen (dan was de manier waarop het ik of ego van de jongeman de dingen ervoer als onzin bestempeld) en was er niets meer geweest om iets aan te assimileren.

C.G. Jung, Dromen 2001 . De praktische bruikbaarheid van de droomanalyse.