Over C. G. Jung

Wie was Jung?

Carl Gustav Jung is geboren in 1875 en overleden in 1961. Hij was de zoon van Emilie Preiswerk, dochter van een predikant uit Basel en van Johann Paul Achilles Jung dominee in Kesswil.

In 1903 trouwt Jung met Emma Rauschenbach, haar vader was een van de rijkste mannen van Zwitserland. Over de eerste ontmoeting met zijn vrouw vertelt Jung: ‘Na de dood van mijn vader in 1896, vroeg mijn moeder een vroegere vriendlin van haar te bezoeken, mevrouw Rauschenbach. Dat deed ik, en toen ik hun huis binnenging, zag ik op de trap een meisje staan, ongeveer veertien jaar oud, met vlechten. Ik wist opeens: dat is mijn vrouw! Ik was hierover diep geschokt, want ik had haar immers slechts heel even gezien: toch had ik meteen, met absolute zekerheid, geweten dat zij mijn vrouw zou worden.’ Toen Jung 6 jaar later om haar hand ging vragen werd hij in eerste instantie afgewezen. Gelukkig voor hem werd het nee, na een paar weken toch een ja, en dat was het begin van een lang huwelijk waaruit vijf kinderen geboren zijn.

Jung hoorde tijdens zijn jeugd veel religieuze gesprekken en discussies. In de familie van zijn moeder kwamen 6 dominees voor en allebei de broers van zijn vader waren ook dominee, steeds meer krijgt Jung het gevoel dat deze theologen niet weten waar ze over spreken. Wat ze zeggen schijnt alsmaar de kern van de zaak te missen. Jung vraagt veel en leest alles wat hij kan vinden op zoek naar de waarheid, en steeds wordt hij teleurgesteld, nergens werd hij wijzer van, steeds dacht hij: ‘Die weten het ook al niet’.

Jung gaat medicijnen studeren en tijdens zijn studie komt hij in de ban van de psychiatrie. In 1900 begint hij als assistent in Burghölzli, een ziekenhuis in Zürich, zich steeds afvragend wat er in de geesteszieke omgaat. Hoewel deze vraag voor Jung de kern van zijn belangstelling behelst voor de psychiatrie, geldt dit niet voor de andere artsen.

Carl Gustav Jung

Carl Gustav Jung

Zij stelden zich tevreden met diagnoses, beschrijvingen van symptomen en statistieken. Er was er echter één die daar anders over dacht: Sigmund Freud.

In 1907 ontmoeten Freud en Jung elkaar voor het eerst, dat eerste gesprek duurt 13 uur. Jung (die een stuk jonger is) is diep onder de indruk, hij vind Freud de eerste ‘man van betekenis ’die hij ontmoet. Ondanks dat is hij verbaasd over Freuds preoccupatie met de seksualiteit. Maar beiden wijten dit aan de onervarenheid van Jung. Met het boek Wandlungen und Symbole der Libido (1913), offert Jung zijn vriendschap met Freud op omwille van zijn eigen ideeën. Er breekt dan een lange tijd van onzekerheid voor hem aan waarin hij op zoek gaat naar wat er zich in zijn eigen innerlijk afspeelt.

Zijn hele verdere leven is Jung bezig met het onderzoek naar de psyche van de mens. Hij verdiept zich in religies, het alchemisme, de gnostiek, de I tjing, het occultisme. In alles wat hem op het juiste spoor kan zetten. Tegelijkertijd onderzoekt hij zichzelf en zijn patiënten.

In 1961 sterft Jung. Tien dagen voor zijn laatste ziekte schrijft hij nog een hoofdstuk in het boek, ‘De Mens en zijn Symbolen’. Hij heeft dan al een Verzameld Werk van twintig delen op zijn naam staan, maar hij wil nog meewerken aan een boek dat niet voor de studeerkamer of de kliniek bedoeld is maar voor het grote publiek.